De term ‘China-pest’ wordt in de volksmond gebruikt voor een ernstige, besmettelijke dierziekte die vooral bij landbouwhuisdieren en kleine huisdieren grote gevolgen kan hebben. Daarbij gaat het niet alleen om direct contact tussen dieren, maar ook om de omgeving waarin dieren leven. Stalruimtes, looppaden, hokken en aangrenzende gebieden beïnvloeden het risico van indirecte overdracht aanzienlijk.
Voor dierenhouders betekent dit: je kunt weliswaar niet alle externe factoren controleren, maar je kunt de stalomgeving wel gericht structureren. Een schone omgeving creëert betere voorwaarden voor een gecontroleerd dagelijks leven en helpt om hygiënische belasting zoveel mogelijk te beperken.